Help... Een mol in mijn tuin
Wie dezer dagen een verkwikkende winterwandeling maakt door de natuur, weet dat de bevroren ondergrond best hard kan aanvoelen. De keiharde bodem veert minder goed mee en het stappen of lopen gaat moeizamer. Voor heel wat bodemleven is dit het eindsignaal voor een winterslaap. Ook voor de mol zou je denken, want daar geraken zijn kleine klauwen toch niet door?
Neen, dat doet de mol niet. De beestjes zijn het hele jaar actief, zelfs 's nachts zijn ze niet tegen te houden. Want om te overleven moet een mol ongeveer de helft van zijn lichaamsgewicht aan wormen eten. En in voorbereiding naar het voorjaar toe maken de mannetjes soms nieuwe gangen bij om tot bij die van een vrouwtje te komen.
Is het mollenhoop?
We herkennen ze aan de vervellende hoopjes aarde waarmee het gazon plots bezaaid ligt. Niet te verwarren met die van een woelrat, waarbij de vorm platter en onregelmatiger is en de ingang aan de zijkant zit. De reden waarom deze beestjes jouw tuin graag omwoelen is niet omdat ze hem niet mooi vinden, maar net omdat de bodem een uitstekende habitat is. Ondergronds bouwen ze hun territorium uit met loop- en jachtgangen die leiden naar ruimtes waar de mol leeft. Om die gangen te maken, voert de mol het teveel aan aarde naar buiten, wat resulteert in hoopje aarde boven de grond.
We zien ze niet graag in ons mooi groen gazon wroeten, maar de diertjes zijn wel van belang voor de natuur. Een mol verlucht de bodem en leeft van ongewenste insecten. Ze helpen jouw tuin dus mee met het gezond houden van de bodem. Mollen leven voornamelijk van regenwormen. Deze sappige lekkernij vormt voor de mol zowel zijn eten als zijn drinken, want een regenworm bestaat uit 80% water. De wormen zitten boordevol eiwitten, waarvan de mol ongeveer 50 gram per dag dient te eten (ongeveer 50% van zijn eigen lichaamsgewicht) om vol te zitten. De diertjes leven zo goed als altijd onder de grond. Pas rond de periode van juni bestaat de kans om er eens eentje te kunnen spotten, want dan verlaten de jongen het nest en gaan ze bovengronds op zoek naar onbewoonde tunnels.
Hoe bescherm je jouw gazon?
De mol doden is niet altijd een oplossing. Het vrijgekomen territorium zal snel worden overgenomen door een nieuwe mol die zijn werk zal verder zetten. Een oplossing van korte duur dus. Het meeste effect heb je wanneer je de mol zijn aanwezigheid aanvaardt of tracht weg te houden uit kwetsbare zones in jouw tuin. Het afweren is een duurzame oplossing die werkt voor een langere termijn. Dit kan je doen op vier manieren:
1. Ontmoedigen
Tuinen met weinig gazon en veel boomwortels zijn minder aantrekkelijk. De wortels zijn te hard om door te graven en vormen teveel een obstakel. Daarom verkiest de mol graag een groot stuk gazon.
Merk je toch een molshoop op? Hark de aarde open in het gazon of een border en na de eerste regenbui zal je niks meer zien. Wacht hier niet te lang mee zodat het gras eronder niet stuk gaat. Het gat is door zijn grootte nauwelijks zichtbaar en hoef je niet speciaal terug te dichten.
Kale plekken kan je steeds opvullen door het aanplanten van grasplanten zoals madeliefjes, margrietjes, muizenoortjes of hondsdraf. Want een bloemenrijk gazon zorgt voor een grotere biodiversiteit.
Heb je lang gras, dan vallen de molshopen bijna niet op en kan de mol rustig zijn gang gaan.

2. Vangen
Een mol kan je ook levend vangen met een mollenkoker of vangkooi. Plaats de kooi in de lengte van de mollengang en controleer dagelijks. In de kooi bevindt zich een klepje waartegen de mol zal lopen en de kooi veilig dicht valt. Zo kan je het diertje ergens anders vrijlaten. Nadeel: net zoals bij het doden komt het territorium vrij en zal er snel een nieuwe mol zijn plaats innemen.
3. Afweren of verjagen
Mollen hebben geen uitwendige oren maar vangen geluid wel op door trillingen. Een teveel aan trillingen verstoort het leefgebied van de mol, waardoor ze op zoek gaan naar een ander territorium. Trilling kan je maken door een staaf in de ingang van een mollengang te plaatsen waartegen er regelmatig iets slaat. Ook triltoestellen hebben hetzelfde effect.
Daarnaast kan het creëren van geluid ook invloed hebben. Plaats hiervoor een fles of pot met de opening omhoog in de grond. De wind in de fles of pot zorgt voor een fluitend geluid doorheen het gangenstelsel. Er bestaan ook toestellen die beide functies combineren. Deze mollenverjager kan je overal in de grond prikken. Door het geluid en de trilling ontstaat een ongenaam en dreigend geluid waar zelfs woelmuizen en mieren voor vluchten.
Een derde diervriendelijke manier om een mol te verjagen is door gebruik te maken van geuren die vrijkomen van bepaalde planten, zoals keizerskroon (geurende bol), kruisbladwolfsmelk (geurende wortels, helpt ook tegen woelratten en veldmuizen) en nieskruid. Heb je deze planten, dan kan je ook gebruik maken van sterk geurende mollenbollen. Deze bollen verspreiden gedurende 3 tot 4 maanden een geur waar mollen gevoelig aan zijn. Graaf ze in molshopen of gangen en sluit ze weer af.
Als laatste kan je het werk van de mol saboteren door telkens de molshopen en gangen direct dicht te maken. Zo verstoor je de mol bij zijn dagelijkse taken en zal hij zich uiteindelijk ontmoedigd voelen en wegtrekken. Blijf dit volhouden tot er geen hoopjes aarde meer verschijnen.
4. Toegang verhinderen
Om de toegang tot de tuin te verhinderen, is het rondom rond graven van een sleuf van 60 centimeter diep voldoende. In de sleuf plaats je een rechtop staand vogelgaas (geen kippengaas want de mazen zijn te groot) of een betonplaat. Dit is vooral toepasbaar bij nieuw aan te leggen tuinen en vergt bij bestaande tuinen veel werk.
Baken daarom enkel de belangrijkste zones af op deze manier en bescherm zo jouw stuk gazon op plaatsen waar het echt van belang is.
Een gazon met een mol vraagt dus wel wat extra onderhoud, maar besef dat deze kleine, fluweelzachte diertjes met lange snuit ook nuttige tuinbewoners zijn die bijdragen aan het gezond houden van jouw tuin.